De Stayer van Het Torentje We begonnen de week, zoals we allemaal inmiddels weten, met een erg goed optreden van Rutte in Brussel. Z’n doorgeladen S&W bleef in het holster, de dreiging van de bobbel vlak onder z’n linkeroksel - een...
Lees MeerWaarom aan de zijlijn staan zo gemakkelijk is
Iedere liberaal kent wel één persoon die aan de volgende beschrijving voldoet: Het hebben van een vooringenomen houding jegens mensen die ook maar neigen naar het liberale gedachtegoed,...
Als student Internationale Betrekkingen vind ik de vernieuwde interesse in de verhouding tussen Nederland en de Europese Unie erg interessant. De Britse premier Cameron heeft met zijn oproep voor een referendum veel losgemaakt in het Verenigd Koninkrijk...
Lees MeerInleiding
Naar aanleiding van mijn vorige artikel kreeg ik via de sociale media (reaguren onder een artikel is zo 2012) diverse berichten dat mijn stelling, dat Rutte...
Het was me een roerig jaartje wel, dat 2012. Het was smullen voor iedereen die in politiek geïnteresseerd is, met briljante en genante momentjes.
Eerst was er de wegloop / wegduik / wegkijk actie van Geert Wilders. Door-de-mand-valler numero...

De verkiezing van leden van vertegenwoordigende lichamen gebeurt in Nederland volgens het stelsel van evenredige vertegenwoordiging.
Het is minder eenvoudig dan het lijkt om te begrijpen wat dat precies inhoudt.
Bovendien worden in de wet en in de media enkele begrippen gebruikt die ongetwijfeld hun praktische nut hebben, maar die het eerder moeilijker dan gemakkelijker maken inzicht te krijgen in wat er gebeurt.
Het stelsel van evenredige vertegenwoordiging wordt in Nederland vrijwel zuiver toegepast. Voor zover ik weet zijn er drie afwijkingen. De eerste betreft lichamen met minder dan 19 zetels. De wijze waarop bij deze lichamen (kleine gemeenteraden) de (rest)zetels worden verdeeld is enigszins in strijd met een strikt evenredige vertegenwoordiging en bevoordeelt kleinere partijen. Dit punt laat ik verder rusten. Op de tweede afwijking kom ik hierna terug.
De derde afwijking is van toepassing op de zetelverdeling tussen lijsten die een lijstverbinding zijn aangegaan. Daarvoor geldt hetzelfde systeem als voor kleine lichamen ('het systeem van de grootste overschotten'). Dat brengt mee dat de kleinste van de verbonden lijsten enigszins bevoordeeld wordt. Ook hier ga ik nu verder niet op in.
Veel mensen denken dat stemmen die niet worden uitgebracht, blanco stemmen, ongeldige stemmen, stemmen op partijen die de kiesdeler niet halen, ten goede komen aan de grote partijen. Niets is minder waar. Behalve voor de berekening van de kiesdeler wat de laatstgenoemde categorie betreft, spelen die stemmen bij de zetelverdeling geen enkele rol.
In Duitsland kent men de beruchte kiesdrempel van 5%: partijen die minder dan 5% van de stemmen behalen, krijgen geen zetels. Kennen wij een dergelijke kiesdrempel in Nederland? Zeker! Een lijst die bij de Tweede Kamerverkiezingen minder dan 1/150 (2/3%) van de uitgebrachte geldige stemmen heeft behaald, doet niet mee bij de zetelverdeling. Ook lijstverbindingen kunnen daar niets aan veranderen.
De kiesdeler werkt bij de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer als kiesdrempel. Dat is de tweede afwijking van het stelsel van evenredige vertegenwoordiging waarover ik het hiervoor had. Verder speelt de kiesdeler nog een rol bij de honorering van voorkeurstemmen.
De kiesdeler is het totaal aantal uitgebrachte geldige stemmen, gedeeld door het aantal te verdelen zetels. Als men de op de verschillende lijsten uitgebrachte stemmen deelt door de kiesdeler en de antwoorden naar beneden afrondt op gehele getallen, zal blijken dat het totaal van de uitkomsten minder dan 150 is. De kieswet formuleert hoe die resterende zetels verdeeld moeten worden, maar in wezen is het veel eenvoudiger dan het in de wet staat.
Als je een getal deelt door een groot getal, is de uitkomst kleiner dan als je hetzelfde getal deelt door een kleiner getal. Bijvoorbeeld: 30:4=7½. Als je 30 deelt door een getal kleiner dan 4, zeg 3, dan is het antwoord groter, 10 in dit geval. De kiesdeler is blijkbaar te groot als deler, want de som van de antwoorden is te klein, minder dan 150. Zoek dus een deler, noem het de zeteldeler, kleiner dan de kiesdeler, waarbij de antwoorden van de deelsommetjes 'aantal op een lijst uitgebrachte stemmen' gedeeld door de zeteldeler, samen precies op 150 uitkomen. Dat is wat er in feite gebeurt.
Evenredige vertegenwoordiging wil idealiter zeggen dat de uitkomst van de deelsom 'aantal op een lijst uitgebrachte stemmen' gedeeld door het aantal toegekende zetels, voor alle lijsten hetzelfde getal is. Dat wordt door deze wijze van zetelverdeling zo goed mogelijk benaderd. Het systeem is in die zin strikt eerlijk.
Hierna volgen nog de desbetreffende bepalingen uit de Kieswet.
Artikel P 5
1. Het centraal stembureau deelt de som van de stemcijfers van alle lijsten door het aantal te verdelen zetels.
2. Het aldus verkregen quotiënt wordt kiesdeler genoemd.
Artikel P 6
Zoveel maal als de kiesdeler is begrepen in het stemcijfer van een lijst wordt aan die lijst een zetel toegewezen.
Artikel P 7
1. De overblijvende zetels, die restzetels worden genoemd, worden, indien het aantal te verdelen zetels negentien of meer bedraagt, achtereenvolgens toegewezen aan de lijsten die na toewijzing van de zetel het grootste gemiddelde aantal stemmen per toegewezen zetel hebben. Indien gemiddelden gelijk zijn, beslist zo nodig het lot.
2. Indien het betreft de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer, komen bij deze toewijzing niet in aanmerking lijsten waarvan het stemcijfer lager is dan de kiesdeler.
Hoofdredacteur:
Anneke van der Veer
Redactie:
Carla Wijnmaalen (eindredactie)
Thijs Koetsier (webredactie)
Auteurs: Anneke van der Veer, Boris van der Ham, Carla Wijnmaalen, Dimitri van Tienhoven, Erik Camman, Joël Andoetoe, Jos Lubbers, Frank Berkemeier, Michael Toorop, Mijntje Pluimers, Peter van Dijken, Peter Verhaar, Riens Meijer, Thijs Koetsier, Victor van der Sterren