• Gisteravond was ik te gast op een bijeenkomst van het Noorse fondsenhuis Skagen. De meeting werd gehouden in het historische West-Indisch huis. Een van de sprekers was de Zwitserse Dr. Marc Faber, beter bekend als Dr. Doom. Al bij de start van de sessie bleek de locatie interessant omdat hier de eerste bubbel uit de geschiedenis is ontstaan, de tulpenmanie.
    Tweet
    Lees meer...
  • Inleiding
    Naar aanleiding van mijn vorige artikel kreeg ik via de sociale media (reaguren onder een artikel is zo 2012) diverse berichten dat mijn stelling, dat Rutte het zo goed had gedaan met de inkomensafhankelijke zorgpremie, niet klopte. Hij was hiermee toch akkoord gegaan?

    Tweet
    Lees meer...
  • Het was me een roerig jaartje wel, dat 2012. Het was smullen voor iedereen die in politiek geïnteresseerd is, met briljante en genante momentjes.

    Eerst was er de wegloop / wegduik / wegkijk actie van Geert Wilders. Door-de-mand-valler numero uno. Grote bek, maar aanpakken? Durft niet als het moet. Nu neemt écht helemaal niemand hem meer serieus. Exit Wilders.

    Tweet
    Lees meer...
Miljoenennota 2012
Geschreven door Anneke van der Veer  
dinsdag 20 september 2026 09:00

Vandaag is het dan zover. Prinsjesdag. De presentatie van de Miljoenennota 2012.

Erg verrassend zal de inhoud niet zijn. Door geklungel van een ict-bedrijf is de miljoenennota op een niet afgeschermde en dus voor iedereen toegankelijke website neergezet.

Inmiddels is ook de overweging van de Raad van State van 12 september jl. voor iedereen in te zien.

Het kabinet krijgt er in sommige punten van langs. Samenvattend: er worden niet genoeg structurele oplossingen doorgevoerd zodat ook in de toekomst de begroting op orde kan blijven. Verder wordt gesproken over een scheefgroei tussen jong en oud en lage versus midden- en hoge inkomens.

Hieronder vindt u een capita selecta:

De omstandigheden waarin Nederland zich thans bevindt, dwingen ertoe dat publieke verantwoordelijkheden en voorzieningen naar vorm en inhoud worden herijkt. Gewijzigde maatschappelijke omstandigheden geven daar ook op zichzelf al aanleiding toe. Burgers moeten tijdig weten waar zij aan toe zijn ten einde zich op veranderingen te kunnen voorbereiden. De ombuigingsoperatie van € 18 mrd is tijdig aangekondigd, maar voor een belangrijk deel is vooralsnog niet helder aangegeven welke inhoudelijke beleidsoverwegingen daaraan ten grondslag liggen. Bovendien is het twijfelachtig of de omvang van de maatregelen toereikend is, gelet op de risico's in de economische ontwikkeling en de risico's in het bankwezen.

De Afdeling is van oordeel dat de schets in de Miljoenennota 2012 (MJN 2012) van de risico's en de opgaven waarmee ons land de komende jaren wordt geconfronteerd, dwingt tot beleidsmatig aanzienlijk verder gaande keuzes dan tot nu toe zijn gemaakt. Alleen zo kunnen essentiële publieke taken ook in onzekere tijden gewaarborgd blijven.

De Raad van State blijkt pro-Europa te zijn:

De Afdeling meent dat het een misvatting is in dit verband te spreken van wat wel wordt aangeduid als "verlies aan autonomie" van de lidstaten. Nederland en de Europese landen zijn sterk afhankelijk van wat er elders in Europa en in de wereld gebeurt. De nationale staat kan zijn eigen rechtsorde alleen nog overeind houden in steeds nauwere samenwerking met de rechtsorden van andere staten." De soevereine, van niets of niemand afhankelijke staat - als die al ooit heeft bestaan - is niet meer. De keuze is steeds vaker: meedoen aan een Europese rechtsorde en daarop (evenredig) invloed uitoefenen of de eigen autonomie bewaken en (daardoor) overgeleverd zijn aan wat andere, meer invloedrijke staten eenzijdig of gezamenlijk beslissen. Het gaat er om op Europees niveau, samen met de landen waarmee wij zo nauw vervlochten zijn, weer invloed terug te winnen op de voorwaarden waaronder de nationale economieën, binnen het kader van de muntunie, kunnen functioneren. Niet langer de nationale schaal, maar Europa is daarbij voor ons land de dominante arena, en samenwerking binnen Europa is verreweg de meest effectieve optie om in de wereld Nederlandse belangen en waarden te kunnen blijven behartigen. 12 De gevolgen van bijvoorbeeld de opkomst van China — ook als financier van Amerikaanse externe tekorten - en de ontsporing van schuldcreatie in de VS — problemen dus aan de andere kant van de wereld - zijn krachten geworden die onderdeel zijn gaan uitmaken van Europese en nationale vraagstukken. Omdat Nederland hoe dan ook wordt geconfronteerd met de gevolgen van hetgeen elders in Europa en de wereld gebeurt, is het voor ons land beter actief invloed uit te oefenen op wat er gebeurt, dan toe te zien wat elders wordt besloten en de gevolgen daarvan, die er niet minder om zijn, lijdzaam te ondergaan. Vanuit dit perspectief bezien en geconfronteerd met de opgaven die zich thans voordoen, meent de Afdeling dat sprake is van een nieuwe fase in het Europese integratieproces. Daarvoor is nieuw beleid op Europees niveau nodig en een bijpassende institutionele structuur om de nakoming van dat beleid te kunnen afdwingen en om zich over het gevoerde beleid te verantwoorden. Het gaat daarbij allereerst om het bepalen van een (gezamenlijke) lijn in de aanpak van de landen en bankencrisis. Vervolgens is effectieve coördinatie van het begrotings- en het economisch structuurbeleid nodig, waarmee perspectief wordt geboden op groei en convergentie in de gehele Unie. Tot slot is het vinden van effectieve methoden om de nakoming van afspraken te verzekeren van belang. Sancties vormen daarvan het sluitstuk.

Wat thans op het spel staat is wezenlijk voor de toekomst van Nederland en van Europa. Lukt het niet om tot een gezamenlijke Europese aanpak te komen, dan dreigt teloorgang van de muntunie en, in het verlengde daarvan, van de Europese integratie, met grote schadelijke gevolgen voor Nederland. Europa kan zich niet langer onzekerheid en twijfel over de te volgen koers veroorloven. Voor de keuzes die nu in Nederland en Europa gemaakt worden is wél een breed en stabiel politiek en maatschappelijk draagvlak nodig. Dit draagvlak komt er niet vanzelf.

Over Nederland:

Het is de Afdeling opgevallen dat de grote onzekerheden en risico's, die uitvoerig en adequaat in de MJN 2012 en de MEV 2012 worden beschreven, en die nu reeds tot een verslechtering van het beeld leiden, geen aanleiding zijn geweest voor het kabinet om te komen tot aanpassingen van het beleid ten opzichte van hetgeen in het regeerakkoord is overeengekomen. Dat deze onzekerheden en risico's zich (nog) niet in volle hevigheid hebben gemanifesteerd in de indicatoren en signaalwaarden 15 , maakt hen niet minder relevant. Gelet op de ernst van de situatie is er naar het oordeel van de Afdeling nu meer dan ooit aanleiding om vormgeving van publieke verantwoordelijkheden en de omvang van overheidsvoorzieningen nader te bezien.

De Afdeling meent daarom dat niet volstaan kan worden met een pakket bezuinigingen (de "€ 18 mrd"), maar dat vooral en zelfs in de eerste plaats de vraag aan de orde is welke overheidsvoorzieningen, ook in slechte tijden, hoe dan ook gewaarborgd kunnen en moeten worden. Op basis daarvan zal vervolgens scherp moeten worden bezien, welke overheidsvoorzieningen (op termijn) beëindigd zouden moeten of kunnen worden, deels omdat de noodzaak ertoe is vervallen doordat maatschappelijke omstandigheden gewijzigd zijn, of omdat nu en de komende jaren andere prioriteiten gesteld moeten worden. Selectiviteit is nu eenmaal nodig ten aanzien van wat de overheid in de huidige tijd nog duurzaam kan garanderen en wat niet meer.

De MJN 2012 beschrijft wel de beperkte perspectieven voor economische groei en wijst op de schokgevoeligheid van de Nederlandse economie en op de risico's die de wereldeconomie en Europa bedreigen, maar brengt de (potentiële) gevolgen daarvan voor de Nederlandse economie en voor de houdbaarheid van overheidsvoorzieningen onvoldoende in kaart. Dit staat naar het oordeel van de Afdeling op gespannen voet met wat thans aan de orde is en waarmee voor de komende jaren in een verantwoord beleid rekening gehouden zal moeten worden. De Afdeling meent dat de MJN 2012 in het beleid dat wordt uiteengezet aangekondigd, onvoldoende blijk geeft van de ernst van de situatie.

Bij de noodzaak tot herschikking van publieke en private verantwoordelijkheden zullen de grondslagen van de publieke verantwoordelijkheden in acht genomen moeten worden. Zo vormen de in de Grondwet neergelegde sociale grondrechten een voorwerp van zorg van de overheid. Dit betekent niet dat de financiering of uitvoering ervan noodzakelijkerwijs altijd of geheel in handen van de overheid moet zijn. Sociale grondrechten krijgen steeds opnieuw inhoud en vorm, afhankelijk van de maatschappelijke situatie; de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor de democratische en sociale rechtsstaat kan de overheid echter niet aan anderen overdragen. Zo zal het recht op arbeid bij een snel krimpende beroepsbevolking voor de komende generaties geen leeg recht hoeven te zijn, mits deze generatie goed wordt opgeleid en voorbereid op de eisen van een hoogwaardige kenniseconomie. Voorzieningen op het gebied van zorg zullen, gezien de vergrijzing, kwalitatief en kwantitatief moeten worden heroverwogen. Daarbij dienen zich indringende vragen (onder andere ethische) aan omtrent de omvang van de minimaal door de overheid te garanderen voorzieningen, alsmede vraagstukken rond particuliere aanvullende verzekeringen voor zowel de "cure" als de "care".

Legt men de huidige door de overheid gegarandeerde voorzieningen langs de maatstaf van deze drie vraagpunten (profijt van de overheid, minimale noodzaak en groeipotentieel), dan blijkt dat een groot aantal van deze voorzieningen aan herijking toe is.

Om positieve en negatieve gevolgen voor de verschillende groepen van noodzakelijke maatregelen op elkaar af te stemmen, moeten de noodzakelijke aanpassingen van beleid niet geïsoleerd, maar in onderlinge samenhang worden bezien. Voorkomen moet worden dat maatschappelijke spanningen, bijvoorbeeld tussen de generaties, gaan oplopen, waardoor de noodzakelijke solidariteit nodeloos onder druk wordt gezet. In de laatste decennia van de vorige eeuw zijn in verschillende sectoren zowel het aantal voorzieningen als de omvang van het gebruik van die voorzieningen (volume) aanzienlijk gegroeid. Daardoor is het budgettaire beslag van deze voorzieningen evenzeer fors toegenomen. Zo kwam in 2009 61% van de bevolking in aanmerking voor zorgtoeslag en er is berekend dat bij ongewijzigd beleid in 2040 dit percentage zou zijn opgelopen tot 81%. Voor een nog steeds substantiële bijdrage in de kosten voor kinderopvang komen zelfs inkomens tot boven 170.000 euro per jaar in aanmerking. De noodzaak van dergelijke voorzieningen voor deze inkomenscategorieën kan worden betwijfeld. Het mechanisme van het collectief maken van risico's, dat in de opbouw van de naoorlogse Nederlandse verzorgingsstaat aanvankelijk slechts werd toegepast op onmiskenbare noden en onvoorziene rampspoed, werd in de verdere uitbouw van de verzorgingsstaat, in het laatste kwart van de vorige eeuw, ook ingezet voor wensen en wenselijkheden van midden- en hogere klassen. Deze "uitbreiding in overvloed" werd overigens gesteund door vrijwel alle politieke partijen en maatschappelijke groeperingen."

Dergelijke grootschalige voorzieningen zijn aan herijking toe, waarbij in combinatie met een herziening van het belastingstelsel zowel een vereenvoudiging van het stelsel als een groter beroep op individuele keuzen en individuele verantwoordelijkheid kan worden bereikt.

Het opnieuw benoemen en inrichten van de minimaal noodzakelijke voorzieningen kan temeer worden bepleit, nu het gemiddelde opleidings- en welvaartspeil van de bevolking in vergelijking met het sobere begin van de verzorgingsstaat zozeer is toegenomen.

Investeren, publiek en privaat, in de kwaliteit van alle onderwijssectoren en onderzoek en ontwikkeling heeft, naar het oordeel van de Afdeling, absolute voorrang.

De arbeidsmarkt zal in de toekomst bepaald worden door een internationale concurrentie van onderwijssystemen, waarbij Nederland niet kan achterblijven.

Tweet