-
Lees meer...
Gisteravond was ik te gast op een bijeenkomst van het Noorse fondsenhuis Skagen. De meeting werd gehouden in het historische West-Indisch huis. Een van de sprekers was de Zwitserse Dr. Marc Faber, beter bekend als Dr. Doom. Al bij de start van de sessie bleek de locatie interessant omdat hier de eerste bubbel uit de geschiedenis is ontstaan, de tulpenmanie.
-
Lees meer...
Inleiding
Naar aanleiding van mijn vorige artikel kreeg ik via de sociale media (reaguren onder een artikel is zo 2012) diverse berichten dat mijn stelling, dat Rutte het zo goed had gedaan met de inkomensafhankelijke zorgpremie, niet klopte. Hij was hiermee toch akkoord gegaan? -
Lees meer...
Het was me een roerig jaartje wel, dat 2012. Het was smullen voor iedereen die in politiek geïnteresseerd is, met briljante en genante momentjes.
Eerst was er de wegloop / wegduik / wegkijk actie van Geert Wilders. Door-de-mand-valler numero uno. Grote bek, maar aanpakken? Durft niet als het moet. Nu neemt écht helemaal niemand hem meer serieus. Exit Wilders.
De afgelopen week heb ik me hoogst verbaasd over de reacties op een opiniestuk van Frits Bolkestein van 6 oktober 2012 in de Volkskrant.
Vervolgens verscheen er een opiniestuk van Paul Hoebink in de Volkskrant van 10 oktober jl. Hoebink is bijzonder hoogleraar ontwikkelingssamenwerking aan de Universiteit van Nijmegen. Daar blijkt zijn intellectuele vermogen wel uit.
Toch ontbreekt het hem aan sociale intelligentie.
Bolkestein stelt: “Sub-Sahara-Afrika bloeit, maar niet dankzij ontwikkelingshulp”. Hij vindt dat een vermindering van de Nederlandse ontwikkelingshulp geen effect zal hebben op de economische groei in Afrika. “Geld is het gevolg van economische prestaties, niet de voorwaarde ervoor.”
Bolkestein stelt de Nederlandse uitgave aan ontwikkelingshulp ter discussie. En dat lijkt me in deze financieel moeilijke tijden zeer legitiem.
Hoebink verliest zichzelf in (historische) details die zijn gelijk en het ongelijk van Bolkestein moeten aantonen. Zijn conclusie is dat ontwikkelingshulp heeft meegewerkt aan “langer levende, beter gevoede, gezondere en hoger opgeleide Afrikanen”. Hij benoemt dit, en ik citeer, “er zijn met ontwikkelingshulp juist ‘wonderen’ verricht.”
Naar mijn idee is hier sprake van een kip-en-het-ei-verhaal. Wie of wat was er eerder? De weldoorvoede Afrikaan of een oplevende Afrikaanse economie?
Vervolgens verschijnt op 13 oktober 2012 een opiniestuk van Farah Karimi, directeur van Oxfam Novib. Hierin valt zij Bolkestein aan met bewoordingen als “een liberaal intellectueel onwaardig” en “Het zou Bolkestein sieren als hij de noodzaak van ontwikkelingssamenwerking en de resultaten, die decennia van Nederlandse inspanningen hebben opgeleverd, erkent.”
Wat mij met name stoort aan de stukken van Hoebink en Karimi, is dat zij totaal geen begrip tonen voor de ‘ontwikkelingshulpmoeheid’ van Nederlanders. De misstanden in de besteding van ontwikkelingshulp zijn te talrijk. Dictatoriale leiders die zichzelf verrijken, ontwikkelingshulpinstanties die als enige doel lijken te hebben zichzelf in stand te houden… Ik wil u allen aanraden om De Crisiskaravaan van Linda Polman eens te lezen. We mogen onze ogen niet sluiten voor de werkelijkheid.
Daarmee beweer ik niet dat ontwikkelingshulp overbodig is. Integendeel. Er worden ook goede zaken bereikt mede door de Nederlandse bijdrage. Maar wel pleit ik voor een efficiëntere besteding van de gelden.
Hoebink zou er beter aan doen om zijn intellect aan te wenden om te streven naar een meer efficiënte ontwikkelingshulp in plaats van stelling te nemen tegen ieder kritisch geluid over ontwikkelingshulp.
En Karimi zou het sieren om de dialoog te zoeken met criticasters. De afwezigheid van enig kritisch geluid over ontwikkelingshulp in haar artikel getuigt van gebrek aan realiteitszin. Dat is haar aan te rekenen. Men zou zelfs kunnen denken dat haar artikel in de Volkskrant dient om haar eigen organisatie/job veilig te stellen.
Dame, heer, zonder draagvlak geen ontwikkelingshulp!