Ze zijn allemaal ongeveer van mijn generatie: De jongens en meisjes die nu ons land besturen. Ze zijn, net als ik, kinderen van ouders die steeds rijker werden en die hebben geleerd hoe je dreinend de volgende fles cola van je moeder aftroggelt. Als tegenwind...
Lees MeerSinds de zomer van 2012 ben ik samen met mijn medeoprichters bezig om onze internet startup ‘FLOOW2, World’s Reset Button’, in de Benelux en Duitsland van de grond te krijgen. FLOOW2 is de...
Lees MeerDat iedereen op en rond het veld sinds het incident waarbij een grensrechter werd doodgetrapt gespitst is op respect vind ik prima, maar laten wij er nu niet in doorslaan.
Vorige week was het eerste incident. Sparta-trainer Vonk was het niet...
Niets menselijks is mij vreemd, zelfs ik ben tegenwoordig aan de iPad en de iPhone. En zeker, het is zeer prettig en handig in het gebruik. Misschien let ik er nu meer op, maar het is verbazingwekkend om te zien hoeveel mensen een smartphone en tablet...
Lees Meer
Vanaf 1 mei jongstleden bestaat er in de zuidelijke provincies de wietpas. Een ledenpas, alleen voor ingezetenen van Nederland, waarmee je toegang hebt tot een coffeeshop en wiet mag gebruiken. Coffeeshops behoren een ledenlijst bij te houden. In 2013 volgen de andere provincies in Nederland.
Al enkele dagen na de inwerkingtreding van de wietpas werd er door diverse mensen opgeroepen dat deze maar weer snel moest worden afgeschaft. Want, er zou een enorme toeloop zijn van drugsrunners. De JOVD kwam zelfs met een meldpunt voor de overlast die de wietpas veroorzaakt. Want ‘De wietpas zou een schijnoplossing zijn en het probleem zou alleen maar verplaatst worden. En de wietpas zou niet liberaal zijn. ‘
Het Nederlands drugsbeleid in wereldwijd uniek te noemen. Er is rondom 1970 gekozen voor het zogenaamde gedoogbeleid. Dat is het beleid van de overheid om overtredingen op de Opiumwet niet te vervolgen. In Nederland wordt er onderscheid gemaakt in harddrugs (zoals heroïne, cocaïne en LSD) en softdrugs (hasj, wiet). Praktisch komt het er op neer dat het gebruik van softdrugs niet verboden is, ware het onder gecontroleerde omstandigheden.
Voor het gebruik van softdrugs geldt een minimumleeftijd van 18 jaar. Op het vergeven van softdrugs aan minderjarigen staan flinke straffen. Hoewel het bezit strafbaar is, wordt het hebben van maximaal 5 gram cannabis of 5 hennepplanten niet strafrechtelijk vervolgd. In Nederland kan je dus, ondanks dat het in feite illegaal is, softdrugs gebruiken mits je je aan enkele voorwaarden houdt. En zo was ook de gedachte achter het gedoogbeleid. Als je dan zo graag softdrugs wilde gebruiken, dan werd daar ruimte voor gecreëerd, kleinschalig voor de particuliere gebruiker op de lokale markt.
Maar nu de uitwerking van het beleid. Helaas is het flink uit de hand gelopen. Aangezien in de ons omringende landen het gebruik van softdrugs verboden is, heeft het Nederlandse gedoogbeleid een grote aanzuigende werking op drugstoeristen, met name druggebruikers en drugrunners uit België, Duitsland en Frankrijk. Drugsrunners zijn dus geen nieuw fenomeen. Grensgemeenten met veel drugstoerisme hebben daar al jaren last van.
De overlast die deze mensen veroorzaken, is een groot probleem. Steden als Maastricht en Tilburg hebben al van alles gedaan om de overlast terug te dringen, maar helaas zonder resultaat. De wietpas kan nog weleens de laatste remedie zijn voor de enorme overlast als gevolg van het drugstoerisme, voordat men in deze gemeenten overgaat tot het niet langer gedogen van coffeeshops zoals in Roosendaal en Bergen op Zoom. Alle coffeeshops zijn, om de overlast van drugstoerisme een halt toe te roepen, gesloten door burgemeesters van allerlei politieke pluimage.
In 2009 heeft de adviescommissie Drugsbeleid onder leiding van WRR-voorzitter Van de Donk een uitvoerige studie gedaan naar het huidige drugsbeleid. Het lijvige rapport bevat enkele interessante en duidelijke conclusies.
Dat er onderscheid gemaakt wordt tussen harddrugs en softdrugs wordt gebaseerd op de aanname dat er bij harddrugs sprake zou zijn van een ‘onaanvaardbaar risico voor de volksgezondheid’. In de jaren zestig toen het gebruik van drugs onder invloed van de hippiecultuur populair werd, nam het aantal drugsverslaafden enorm toe. De aanpak van de nadelige gevolgen van harddrugs werd dan ook stevig ingezet en nog steeds.
Maar dan ‘softdrugs’, is dat nog wel zo soft en onschuldig? Als dat het ooit al was? Het antwoord is nee. Onderzoeken tonen aan dat het gehalte werkzame stof in wiet, THC, de afgelopen 30 jaar enorm is toegenomen. Lag dat percentage eerst rondom 1-5%, nu ligt dat rond 15-33%. Dat is een enorme stijging. De risico’s bij het (langdurig) gebruik van softdrugs zijn aanzienlijk. Een grotere kans (5,6% tot 23,8%) op psychotische stoornissen zoals schizofrenie, een zeer ernstige, niet te genezen psychiatrische ziekte. Verder is de concentratie van carcinogene stoffen ook toegenomen met mogelijke bekende gevolgen van dien. Daarnaast tast het de hersenen van de gebruiker zodanig aan, dat het een negatieve invloed heeft op het IQ (slechtere informatieverwerking, slechter geheugen, slechtere leerprestaties). Het risico op verslaving is ook groter geworden.
De Commissie Van de Donk markeert de schaduwzijde van de Nederlandse drugscultuur in haar eindrapport:
"In Nederland lijkt sprake van een cultuur waarin het gebruik van alcohol en drugs op jonge leeftijd niet sterk wordt afgekeurd en ontmoedigd. Er zijn echter zodanige aanwijzingen dat jong en frequent gebruik van dergelijke middelen schadelijk uitwerkt op zowel de geestelijke als de sociale ontwikkeling van jongeren, dat actie daartegen geboden is. De commissie vindt het belangrijk dat de samenleving zich concentreert op de ontmoediging van middelengebruik door minderjarigen met een gewichtige morele opdracht voor ouders en scholen om dit een stevige plaats te geven in de opvoeding van jongeren. Hierbij is het nodig dat er een heldere boodschap wordt afgegeven, dat het gebruik van alcohol en drugs onder de 18 jaar ‘niet normaal is’. Ter ondersteuning daarvan pleit de commissie ook voor een leeftijdsgrens van 18 jaar voor de verkoop van alcohol. Dan is een leeftijd bereikt waarop jongeren geacht moeten worden met verstand de eigen persoonlijke keuzes te kunnen maken."
Een heldere, belangrijke conclusie.
Dan de overlast en de georganiseerde misdaad. Zeker in deze crisistijd is de discussie over kerntaken van de overheid weer actueel. Los van het feit dat de overheid altijd kritisch om moet gaan met de beschikbare middelen en de gevraagde taken, is de discussie over Openbare orde en Veiligheid en de rol van de overheid daarin, glashelder: Het bewaken en handhaven van de openbare orde en veiligheid is bij uitstek een kerntaak van de overheid. Als er dus aantoonbaar, stelselmatig en ernstige overlast is, kan en mag de overheid zijn ogen daar niet voor sluiten. En dat doet het dan ook niet.
Het gedoogbeleid is uit de hand gelopen. Nederland heeft door haar permissieve drugsbeleid de drugproblemen uit ons omringende landen geïmporteerd met alle overlast in de grensgemeenten van dien. Nederland kan niet verantwoordelijk zijn voor de drugsproblemen van andere landen. En de overheid zoekt naar een manier om dit beleid weer terug te brengen naar de oorsprong. Namelijk ruimte creëren voor de particuliere gebruiker, kleinschalig, gericht op de lokale markt en zodanig van opzet dat het de overlast tot het minimum beperkt.
Van de Donk trekt dezelfde conclusies:
"Op veel plaatsen vormen de coffeeshops een nuttige voorziening voor de cannabisconsument die niet echt problemen veroorzaken. Maar de coffeeshops hebben mede door een gebrekkige en eenzijdige handhaving wel op veel plaatsen een vorm gekregen zoals die nooit was bedoeld: Ook op het buitenland gerichte voorzieningen, niet zelden verbonden met een harde wereld van grootschalig georganiseerde cannabisteelt met een centrale rol van de growshops.
In de cannabisteelt heeft de georganiseerde criminaliteit zich in hoog tempo ontwikkeld en intussen is de productie mede voor de export sterk geprofessionaliseerd. Hierbij is er een sterke verwevenheid met andere drugsmarkten zoals die van de ecstasy en van cocaïne, maar ook met andere vormen van georganiseerde misdaad. Dit leidde tot een toename van geweldsgebruik en van machtsvorming via investeringen in de bovenwereld. De overheid kan het zich niet veroorloven ongeorganiseerd te reageren op professioneel georganiseerde criminele samenwerkingsverbanden. Er zijn hier belangrijke achterstanden in te halen."
De overheid kiest op dit moment onder andere als instrument om het uit de hand gelopen gedoogbeleid terug te brengen, voor de wietpas. Minister Opstelten heeft vooraf met burgemeesters overlegd en gevraagd wat zij denken qua capaciteit aan wetshandhavers nodig te hebben. Er is voldoende capaciteit om aan de vraag te voldoen. De zorg dat er juist een toename zou komen van drugshandel op straat en drugsrunners is begrijpelijk, maar het moet nog maar blijken. De overheid zet in om stevige handhaving en daar moet het dus ook de kans voor krijgen.
Met andere woorden, het is verstandig dit nieuwe beleid een periode aan te zien en daarna te evalueren en eventueel aan te passen. En indien de wietpas in zijn opzet slaagt en ervoor zorgt dat buitenlandse drugstoeristen worden geweerd, dan is de wietpas verre van een schijnoplossing. De overlast als gevolg van het drugstoerisme is dan teruggebracht tot aanvaardbare proporties. Liberalen kunnen en mogen niet berusten in een drugsbeleid dat veel overlast veroorzaakt voor de mensen die wonen en leven in de buurt van coffeeshops .
De wietpas vormt een inbreuk op de individuele vrijheid , maar deze inbreuk is gerechtvaardigd vanwege het zwaarder wegende belang van openbare orde om de overlast van drugstoerisme te bestrijden. Hiervoor is een lange adem nodig. Daarom moeten we de handdoek niet te snel in de ring gooien. Dat zijn we verplicht aan onze burgers die iedere dag geconfronteerd worden met de overlast van drugsgebruik. Daarnaast is het van belang een bredere discussie te voeren over de risico’s van het gebruik van softdrugs. De wietpas verdient een serieuze kans en moet niet bij voorbaat afgeschoten worden.
Mijntje Pluimers-Foeken is Raadslid VVD Gemeente Barneveld.
Bron:
1. Website politie www.Politie.nl
2. Website Trimbosinstituut www.trimbos.nl
3. Website Ypsilon www.ypsilon.org
4. Onderzoek Jim van Os, Universiteit van Maastricht over oorzaak-gevolg relatie blowen en schizofrenie, 2003
5. ‘Geen deuren maar daden; Nieuwe accenten in het Nederlands drugsbeleid’, adviescommisse van de Donk
6. Interview Minister Opstelten, nujij.nl , mei 2012
Hoofdredacteur:
Anneke van der Veer
Redactie:
Carla Wijnmaalen (eindredactie)
Thijs Koetsier (webredactie)
Auteurs: Anneke van der Veer, Boris van der Ham, Carla Wijnmaalen, Dimitri van Tienhoven, Erik Camman, Joël Andoetoe, Jos Lubbers, Frank Berkemeier, Michael Toorop, Mijntje Pluimers, Peter van Dijken, Peter Verhaar, Riens Meijer, Thijs Koetsier, Victor van der Sterren
Reacties
Ik zeg, legaliseren. Dan kan er betere voorlichting gegeven worden, kennis over de duurzame toepassing van deze plant verspreid worden (cannabis is namelijk al jaren een van de sterkste materialen om kleding, meubels en touw van te maken), er kunnen accijns op gevorderd worden en last but not least, het zorgt eindelijk voor een duidelijk beleid in plaats van een ondoorzichtig beleid. Overigens vond ik Ivo Opstelten zijn reacties tot nu toe erg zwak. "Meer politie en toezichthouders " in het zuiden van het land...? Dat is indirect toegeven dat hij ook bang is voor een toename van problemen door de invoering van de wietpas.
De voordelen van het legaliseren zijn eindeloos en veel minder ingewikkeld dan het andere alternatief...
Hopelijk zijn er VVD'ers die daar open voor staan. En als die wietpas er daadwerkelijk komt, dan zou ik wel willen weten waarom alcohol nog steeds door 16-jarigen genuttigd mag worden. Terwijl het drinken van tien bier velen malen schadelijker is (wetenschappeli jk bewezen) dan het roken van tien joints...
Groetjes,
Vulpen
sorry maar thc is hoog ja maar het is geen hard drugs, op cocaine kan ik niet slapen. jointje wel. dus toch maar dat jointje
RSS feed voor reacties op dit bericht